Jaldabaoth en het Karma van Sophia.

Door Evelien Nijeboer.

 In 1945 zijn er in Nag Hammadi (Egypte) gnostische teksten gevonden, die op esoterisch gebied een belangrijke vondst genoemd kunnen worden.

Het gaat om een verzameling scheppingsverhalen en openbaringen, die in onderlinge variaties verhalen over de manier waarop uit een bovenhiërarchische wereld onze kosmos tot stand gekomen is.

 

Ze geven een zeer ongebruikelijke en verrassende visie op fundamentele zaken als de erfzonde, de oorsprong van goed en kwaad, etc. Omdat de teksten nogal moeilijk toegankelijk zijn, maar wel van groot belang voor deze tijd, is hier geprobeerd deze zienswijze in een meer verteerbare vorm weer te geven.

 

Sophia en Jaldabaoth

 

Volgens Rudolf Steiner beschikte men in de gnosis in de eerste eeuwen na Christus nog over een nagalm van een weten omtrent de oergeschiedenis van de schepping. De gnostische geschriften zouden in dit licht te begrijpen zijn. De Nag Hammadi-geschriften vallen in deze categorie. Ze gaan voor een groot deel over werelden die boven de tot onze kosmos behorende 9 engelhiërarchieën uit gaan: werelden van Vader, Moeder en Zoon, en de door hen geschapen Aeonen.

Deze lijken te zijn beschreven vanuit een directe waarneming ervan. In deze regionen zijn “daad” en “gedachte” één en dezelfde werkelijkheid , net als “idee” en “wezen” Het is een zuiver mentale of geestelijke werkelijkheid, die bijna conceptueel aandoet. Tegelijkertijd is ieder wezen (Aeon) dat genoemd wordt een wereld op zichzelf.

 

Tekstfragment Nag Hammadi

 

 

Hoofdthema in deze scheppingsmythen is dat onze materiële wereld tot stand is gekomen door een in eerste instantie mislukte scheppingspoging van Aeon Sophia, die Jaldabaoth schiep, een arrogant beest dat op zijn beurt onze kosmos geschapen heeft. Doordat de Moeder zich ermee verbond accepteerde de Vader toch deze daad, als project om ook uit het onvolkomene het goede te laten ontstaan. In verschillende geschriften wordt heel exact behandeld hoe dit in zijn werk ging.

Christus als Verlosser speelt een centrale rol hierin; daarnaast zijn er ook andere ‘lichten’, Aeonen en grote geesten die hierin hun rol spelen. Er zijn onderlinge variaties in de verschillende verhalen, toch is duidelijk dat ze dezelfde thematiek vanuit verschillende invalshoeken behandelen. In de onderstaande samenvatting is met name uitgegaan van de teksten ‘het geheime boek van Johannes’, ‘Oorsprong van de wereld’ en ‘Het wezen der machten’.

 

 

De teksten zaten tweeduizend jaar in deze pot onder de grond

 

Het ‘geheime boek van Johannes’ is een openbaring van de opgestane (en met de Vader verenigde) Christus aan de apostel Johannes. Hierin geeft Christus hem een nieuwe versie van het scheppingsverhaal, als vernieuwing van de Genesis zoals die door Mozes is opgetekend..

Er is uitgebreid aandacht voor de structuur van de bovenhiërarchische werelden waar onze wereld uit “gevallen” is. De herkomst van de teksten ‘Oorsprong van de wereld’ en ‘Wezen der machten’ is onbekend, en behandelt deze thematiek meer vanuit het standpunt van de Moeder, van de (geestelijke) levenssfeer waarin de aarde zich uitgevormd heeft. Hieronder eerst een samenvatting van ‘Het geheime boek van Johannes’.

 

‘Het geheime boek van Johannes’

 

Eerst is er de Vadergod, die met veel omschrijvingen als alomvattend, zonder begin of eind, ongrijpbaar en onbenoembaar wordt omschreven. Hij is een zuiver schenkend geestelijk levend licht. Als eerste scheppingsdaad doet Hij een evenbeeld van zichzelf uitstromen. Hierdoor kan Hij zich in zichzelf spiegelen, en zich van zichzelf bewust worden.

De entiteit die zo geschapen wordt heet Moeder-vader, Barbelo, eerste Aeon, en opmerkelijk genoeg ook Eerste Mens. Dit wezen is androgyn, maar ten opzichte van de Vader toch vrouwelijk, vandaar dat zij hierna Moeder genoemd wordt.

Zij doet raadselachtig, bijna duister aan: zij spiegelt het alomvattende Vaderwezen in zijn geheel vanuit een perifere bewustzijnstoestand, maar ís hem niet. Zij ontleent heel haar wezen aan de Vader, maar is als wezen toch zelfstandig. De Vader omvat alles, ook dat wat hij níet is; de Moeder-vader draagt Zijn reflectie in de vorm van een volmaakt bewustzijn.(1)

 

Barbelo vraagt de Vader om Voorkennis, en de Aeon Voorkennis wordt geboren. Zo vraagt zij verder om Onvergankelijkheid, Eeuwig Leven, Gedachte en Waarheid. Dit worden allemaal Aeonen, androgyne wezens (2) die in zich een geestelijke wereld van tijd of duur dragen. Met iedere nieuwe vraag benoemt zij een aspect van de Vader, en vraagt hem dit deel van zichzelf te manifesteren ofwel te scheppen.

Dan kijkt de Moeder-vader scherp in het licht van de Vader terug en zo wordt een lichtvonk geboren, lijkend op de Vader maar kleiner van gestalte: zoon Christus. Deze vraagt ook om medewerkers: Bewustzijn, Wil en Woord. Hiermee schept Hij het Al. Daarna komen nog vier grote lichten uit de vereniging van Christus en de Onvergankelijkheid voort: Genade, Begrip, Waarneming en Verstand.

Deze vier Lichten krijgen elk drie Aeonen onder zich, deze vormen een twaalfheid, waartoe ook Sophia (Wijsheid) behoort. Zo ontstaat een in zichzelf harmoniërende, maar toch ook in zich gedifferentieerde kosmische wereld (het Pleroma). Hierbinnen zijn er ook nog de wezens Adamas (“rode aarde”) en Seth (“genoegdoening”).

Zij wijzen meer specifiek naar de mensheid vooruit. Adamas is een soort volmaakte geestelijk-fysieke mens, als het ware een zelfstandig afbeeld van de Moeder. Seth is zijn zoon, degene wiens ‘zaad’ bestaat uit alle Ikken (ontwikkelingskiemen) van de mensheid, die zich op dat moment nog moet gaan ontwikkelen.

 

 

A. Dürer: Maria (1511)

 

Dan komt een moment dat een lagere Aeon, Sophia, de impuls in zich voelt opkomen om een evenbeeld van zichzelf te scheppen.(3) Zij vergat echter haar mannelijke paargenoot in haar daad te betrekken; haar voortbrengsel was daardoor niet in overeenstemming met de heelheid van het Pleroma.

In deze regionen zijn gedachte, wil en werkelijkheid één, dus zij kon pas zien wat ze gedaan had toen het al te laat was. Het wezen dat zij schiep heette Jaldabaoth, een arrogant beest dat niet wist waar hij vandaan kwam, en dacht dat hij de enige God was. Hij kluisterde zijn moeder aan zich door grote krachten aan haar te onttrekken, dit om een universum te scheppen (ons universum) ter meerdere eer en glorie van zichzelf.

Het was een wereld waarin de materie (“het tekort”) als principe heerste; een eigenschap van materie is dat zij een veruiterlijkt beeld is dat wel afkomstig is uit, maar geen deel meer heeft aan de geest. Sophia werd opgeteerd en kwijnde weg terwijl ze probeerde haar fout voor het Pleroma te verbergen. Alleen de Moeder zag wat er gebeurde.

In deze regionen is “zien” ongeveer gelijk aan accepteren, deel hebben aan; dit betekent dat de Moeder vanuit een hoger niveau de zin of noodzakelijkheid van Sophia’s daad inziet. Het Pleroma als zodanig is perfect, en daardoor niet voor ontwikkeling vatbaar.

Het gaat hier om een lastig dilemma aangezien de Vader alles is, ook dat wat hij niet is. Alleen de Moeder, als spiegel van de Vader, kan bevatten dat ook de manifestatie van het onvolkomene noodzakelijk is, als voedingsbodem voor nieuwe ontwikkelingen.

 

Adamas

 

Vervolgens worden er een aantal acties op touw gezet om Jaldabaoth zover te krijgen dat hij meewerkt. Deze heeft inmiddels al vele hemelen en machten (Archonten) voor zichzelf geschapen. Dan tonen de Aeonen, heel slim, een beeld van de ware Mens (Adamas) op de wateren. Jaldabaoth en de zijnen raken ervan bezeten, en besluiten te proberen hem na te maken.

Zij scheppen een vleselijk lichaam naar dit beeld, maar kunnen het niet oprichten omdat er geen geest in aanwezig is. Dan verlangt de Moeder de kracht terug, die Jaldabaoth aan haar onttrokken heeft.(4)

Hierop fluisteren de Aeonen Jaldabaoth in, zijn geest uit te ademen in het zielloze lichaam, zodat het zal opstaan en leven. Hij doet dit, inderdaad begint het menselijke lichaam (Adam) te stralen van leven, maar is zich nog niet erg bewust. Jaldabaoth is dan de krachten, die hij gestolen had, kwijt.

 

 

De Ripleyrol, 16e eeuw

 

De Vader geeft het lichaam, waarin Adam is gaan wonen, een goddelijke vonk, de Epinoia. Dit om de krachten van de Moeder erin te bundelen. We mogen er vanuit gaan dat Adam in dit stadium nog androgyn is. De Epinoia werkt aan Adams lichaam, wekt zijn denken en stelt Sophia in staat haar fout te herstellen.

Jaldabaoth ziet hoe Adam hem overtreft; hij brengt hem in zijn paradijs (dit is nog niet op de fysieke aarde), en legt een sluier over zijn kenvermogens. Opmerkelijk genoeg wordt hier het paradijs als een verdorven lusthof van de Archonten omschreven.

Jaldabaoth verbiedt Adam ten strengste te eten van de Bomen van Kennis en Leven, omdat hij bang is dat Adam zich zijn ware oorsprong zal gaan herinneren. Christus zelf zegt echter, Adam geïnspireerd te hebben toch te eten van deze boom der Kennis (Ook Johannes verbaast zich hierover).

 

Jaldabaoth raakt bezeten van de Epinoia die hij in Adam waarneemt, en tracht met zijn wil deze geestvonk te pakken. Deze is natuurlijk niet op deze manier te pakken, maar toch wil hij het. In zijn verwoede poging schept hij, als beeld van deze goddelijke vonk, het vrouwelijke lichaam: Eva.

Adam wordt weer uit zijn vergetelheid gewekt, doordat hij haar als zijn medemens en gelijke herkent. De Epinoia trekt zich terug in de Boom der Kennis, en onderwijst hen daar verder. Jaldabaoth vervloekt Eva, door te zeggen dat haar man heer over haar zal zijn (de tekst vermeldt dat hij nu eenmaal niet beter weet).

Vervolgens gooit hij ze uit het paradijs. Jaldabaoth wordt dol bij het zien van Eva en verkracht haar, de andere archonten volgen zijn voorbeeld.(5) Uit deze verbintenis komen opmerkelijk genoeg Kaïn en Abel voort, het “beregezicht” en het “kattegezicht” (ook genoemd de “onrechtvaardige” en de “rechtvaardige”).

Uit Adam en Eva wordt daarna Seth geboren; deze is dus hun (enige) eigenlijke zoon. In andere versies is ook hij degene die de erfelijkheidsstroom in gang zet, samen met zijn zuster/vrouw Norea. De laatste wordt in ‘het geheime boek van Johannes’ echter niet genoemd. Seth krijgt de taak de zaden van de Boom des Levens te halen uit het paradijs, en ze in Adams mond te leggen, opdat Adam kan sterven in het vertrouwen dat uit hem ooit de verlossing zal voortkomen.

 

 

E.Munch: Madonna (1894)

 

 

Sabaoth en Pistis-Zoë

 

Seth heeft dezelfde naam als de grote Seth, die de verzameling Ikken van mensheid als “zaad” heeft voortgebracht. Seth en Norea kunnen vermoedelijk gezien worden als meer menselijke of persoonlijke varianten op de nog meer kosmische Adam en Eva. Voor meer informatie hierover vanuit het standpunt van de Moeder moeten we naar de teksten ‘Oorsprong van de wereld’ en ‘Het wezen der machten’.

In deze versie is Sophia simpelweg een product van Pistis (“geloof, vertrouwen”) die weer een directe emanatie van God is. Pistis aanschouwt Sophia’s mislukte voortbrengsel Jaldabaoth, die bralt dat hij de enige God is, en wordt ongerust. Ze laat hem weten dat er een God is die hem verre overtreft en hem zal overwinnen.

Jaldabaoth’s zoon, Sabaoth hoort haar en bekeert zich. Hij wordt overgoten met Pistis’ licht, waardoor hij de jaloezie van Jaldabaoth en de zijnen wekt en oorlog tegen hen moet voeren. Hij wordt door Pistis verheven en schept zijn eigen hemelse woonplaats met vele geestelijke bewoners en krijgt bovendien Pistis’ dochter Zoë als partner.

Zij onderwijst hem over de hogere hemelen. Er wordt gesproken over “Sabaoth en zijn Christus”, alsof Sabaoth een soort geestelijke drager is van (de dan nog macro- of buitenkosmische) Christus. Zoë en Sabaoth scheppen samen een aantal goede geesten, net zoals Jaldabaoth een aantal verdorven geesten schept. Dit alles gebeurt nog vóórdat Eva en het Paradijs bestonden.

 

Dan komt het project Mensheid in zicht. De hogere geesten tonen het beeld van de Ware Mens (Licht-Adam) op de wateren. Jaldabaoths paargenote, Pronoia (Voorzienigheid), wordt verliefd op deze Lichtgezant. Deze echter ‘haat’ haar omdat ze in de duisternis is. Omdat zij haar liefde niet kan bevredigen stort zij haar licht-bloed op de aarde, waardoor de aarde gereinigd wordt. Hieruit ontspruit Eros, en daarmee al het leven der natuur op aarde.

De andere Archonten hebben Licht-adam ook gezien, en bespotten Jaldabaoth ermee. Deze stelt voor een fysieke vorm te maken naar Adams beeld, zodat hij erop verliefd zal worden en zich zal laten vangen. Hierop schept Pistis Sophia-Zoë, door een lichtdruppel te plengen in de wateren der chaos.

Daarmee is zij hen voor en schept haar eigen mens het eerst. Zij is androgyn, en heeft een zoon, “de onderwijzer” die door de Archonten (ter misleiding) “het Beest” wordt genoemd. (6) Dit omdat hij wijzer is dan allen. Sabaoth krijgt verder de taak deze dingen te openbaren aan de zielen die in de vormen van de Archonten zullen gaan wonen.

 

 

‘Aurora’, J.Böhme, Theosophische Werke, 1682

 

Het lichaam van Adam, dat de Archonten geschapen hebben, ligt roerloos omdat er geen geest in aanwezig is. Sophia-Zoë stuurt hem haar adem; hij kan zich dan bewegen, maar nog niet opstaan. De Archonten zijn gerust, en zetten Adam in het paradijs. Dan wordt Adam door Sophia-Zoë, ’die ook Eva genoemd wordt’ (7), tot leven gewekt.

Hij staat op en zijn ogen worden geopend doordat hij haar herkent als zijn wederhelft. Hierop ontwaren ook de Archonten Eva-Sophia-Zoë, en willen haar grijpen. Zij laat een fysiek evenbeeld achter, en verenigt zich met de Boom der Kennis. De Archonten verkrachten dit fysieke evenbeeld, waarmee zij per saldo slechts zichzelf (hun eigen soort lichamelijkheid) bezoedelen en veroordelen.

Ook in deze versie komen Kaïn en Abel uit deze vereniging voort. De Archonten waarschuwen Adam en Eva niet te eten van de Boom der Kennis. Dan komt echter de zoon van Sophia-Zoë, “het Beest” ofwel de Onderwijzer, en zegt hen juist wel te eten van deze boom, opdat zij zich hun hemelse oorsprong zullen herinneren.

In de kortere versie ‘Wezen der Machten’ wordt gezegd dat de “geestelijke vrouw” (Sophia-Zoë zelf) in de slang gaat, en Eva onderwijst. Eva en Adam eten, en worden gewekt voor de Gnosis (kennis omtrent het Pleroma).

Als Jaldabaoth het merkt, vervloekt hij hen en alle dingen die hij zelf geschapen heeft, en gooit hen uit het Paradijs. Sophia-Zoë wordt boos hierom, en werpt de Archonten op de aarde waar ze als demonen zullen verblijven. Hierna schept zij de Phoenix, als beeld voor de opstanding uit de dood.

 

Norea

 

In ‘Het wezen der machten’ wordt nader ingegaan op de figuur Norea. Zij is de dochter van Adam en Eva, en zuster/vrouw van Seth. Eva noemt haar een ‘helpster voor vele geslachten der mensheid’. Ook wordt ze genoemd als ‘de maagd die niet door de Archonten bezoedeld is’. De tekst komt grotendeels overeen met ‘Oorsprong van de wereld’.

Halverwege het verhaal, na het scheppingsproces, gaan de Archonten naar Norea en liegen haar voor dat haar moeder Eva naar hun kant is overgelopen. Als ze hen niet gelooft proberen ze haar met geweld te pakken. Dan roept Norea de Vader aan, en Aeon Eleleth (zijnde ‘het begrijpen’) komt naar haar toe.

Hij licht haar in omtrent de oorsprong en het wezen van Jaldabaoth en de zijnen, en ook omtrent Norea’s eigen ‘wortel’ in de waarheid. Het verhaal dan gaat over in de Ik-vorm; Norea vertelt het hele scheppingsverhaal nog eens opnieuw, als zij de kennis reproduceert die zij van Eleleth gekregen heeft. Door deze kennis is zij gewapend: Jaldabaoth en de zijnen houden er niet van gezien te worden en verdwijnen naar de achtergrond.

Norea zelf wordt in eerste instantie door deze kennis zo in beslag genomen (‘kennen’ en ‘één zijn met’ zijn in deze regionen nog steeds min of meer hetzelfde) dat zij zichzelf nauwelijks meer van deze wezens der materie kan onderscheiden. Als zij echter hiernaar vraagt hoort zij dat zij direct uit de Vader is, en dus eigenlijk reeds verlost.

 

De gestalte van Norea lijkt raadselachtig; haar kennis over het boze maakt haar verwant eraan. Tegelijkertijd wordt omschreven dat zij een ’wortel der waarheid’ bezit, direct uit de Vader is, en niet bezoedeld is door de Archonten. Wellicht maakt dit dat zij ertegen bestand is de kennis omtrent hen te dragen.

Zij wordt ingezet om de erfelijkheidsstroom (gevolg van de “erfzonde”) te verzorgen. Je zou kunnen zeggen dat zij een principe vertegenwoordigt dat in de geest één is, maar zich op aarde gespleten toont als de kloof tussen geest en materie. Zij moet in haar wezen deze kloof zien te overbruggen, een menselijk gezien onmogelijke opgave; wel heeft zij direct contact met dit zeer hoge principe, als om haar hierbij te helpen.(8)

Hier doemt een vergelijking met de hierboven omschreven Moeder op; deze heeft een soortgelijke positie ten opzichte van de Boze. Als de “mensendochter” van Eva representeert Norea waarschijnlijk de verbinding die de Moeder met Sophia is aangegaan, toen zij Jaldabaoth schiep.

 

Je zou kunnen zeggen dat de Moeder zich op eenzelfde manier met Sophia verbonden heeft, als dat de Vader zich door Christus heen uitdrukt. Zij hebben echter zeer verschillende verhoudingen tot de Boze. Christus wordt vanuit de Vadergod als het ware geofferd aan de Boze, en treedt hem vanuit de geest en van buitenaf tegemoet.

Dit betekent, dat Christus en de Boze altijd als opponenten van elkaar zullen optreden. Hierdoor ontstaat de situatie dat Christus niet anders kan dan zich op aarde aan de Boze te offeren, om hem in de geest te kunnen overwinnen. Sophia heeft een meer complexe verhouding tot de Boze.

Ze heeft hem immers zelf (in onwetendheid) voortgebracht, en ging er in eerste instantie bijna zelf aan ten onder. Doordat de Moeder-vader haar draagt zal Sophia haar “fout” ten goede kunnen keren: dit door zichzelf en de eigen wilsimpulsen te leren kennen en begrijpen. Het is een uitgesproken troostrijke gedachte dat fouten nodig zijn om van te leren, dat het juist onze onvolkomenheden zijn waaraan we ons kunnen ontwikkelen.

Sterker nog: de ziel die zich te zeer schaamt of te bang is om zichzelf onder ogen te zien, lijkt nog het meest op Sophia die door Jaldabaoth wordt leeggezogen, zonder dat zij om hulp durft te vragen.

 

Licht- én duisternismysteriën

 

De Nag-Hammadi teksten zijn zó revolutionair dat het een fundamentele omscholing eist om ze in het bewustzijn op te kunnen nemen. Dit is één van de redenen dat ze zo moeilijk te begrijpen zijn. De heerschappij van Kaïn en Abel bijvoorbeeld, die in de westerse esoterie (Vrijmetselarij) als hoogste instantie beschouwd wordt, wordt door deze teksten naar de tweede rang verwezen. Kaïn en Abel zijn immers allebei zonen van de Archonten, die Eva verkracht hebben.

Meest ingrijpend is natuurlijk het idee dat volgens het hier vertegenwoordigde standpunt veel, zo niet het grootste deel van het westerse gedachtengoed is gebaseerd op het standpunt van de boze demiurg, ook bekend als de Draak ofwel de Boze. Híj heeft Eva bezoedeld en vervloekt, terwijl het niet Lucifer maar Christus was die haar liet eten van de boom der Kennis.

De gangbare visie op erfzonde, sexualiteit en dergelijke (het gespleten hoer-madonna-vrouwbeeld) komt zo radicaal op zijn kop te staan. De Madonna, het onbevlekte beeld van de eeuwige Sophia, wordt aangewezen als de oorsprong van het boze in de wereld, terwijl Eva juist degene zou zijn geweest die Adam tot menszijn wekte, en tot kennis heeft gebracht.

 

Toegepast op het beschouwen van de licht- en duisternis-mysteriën, wordt door deze teksten veel duidelijk over de wisselwerking tussen deze twee hoofdstromen. Van oudsher werkten deze verschillende stromingen samen, (vaak bestreden ze elkaar helaas ook); dit is waar Christus aan het kruis op doelde toen hij tot Maria en Johannes zei “moeder, zie uw zoon; zoon, zie uw moeder”. Lichtmysteriën (Moeder) hebben van oudsher te maken met het schouwen, de ontwikkeling van het Geestzelf.

Duisternismysteriën (Zoon) hebben te maken met Levensgeest en Geestmens, met inspiratief bewustzijn en het uitoefenen van magie, gerichte wilskracht. De duisternis-mysteriën onderhielden contacten met mensen van de licht-mysteriën, die hen hielpen om bewustzijn omtrent het eigen doen te verkrijgen. Uit de tekst volgt echter dat een Geestzelf-ontwikkeling ook niet op zichzelf kan staan.

De eerste zoon van Sophia is Jaldabaoth. Als het Geestzelf-bewustzijn niet gericht is op het verzorgen en begeleiden van de ontwikkeling van de Mensenzoon, dan gaat de draak in de mens zich van deze kracht bedienen. Het Geestzelf wordt dan tot instrument van de dubbelganger, en versterkt de mantel van zelfbehoud die een mens juist moet loslaten en omvormen om tot zijn ware Ik te kunnen komen. Alleen de directe toewijding en overgave aan het ontwikkelen van de Mensenzoon, kan ervoor zorgen dat een mens zichzelf voorbij komt.

 

Ter afsluiting; boeiend is het om door deze geschriften een vermoeden te krijgen van de achtergrondgeschiedenis van vele hoge wezens, bijvoorbeeld de aartsengelen. Zo is er er de verwijzing naar de figuur Samaël, één van de namen van Jaldabaoth als de Marsgeest, in de rij van planeetgeesten als Gabriël, Anaël, Michaël en Rafaël. Michaël, de aartsengel van de zon, lijkt wel zeer nauw verbonden met Sabaoth, de zoon van Jaldabaoth die het licht van de Moeder ontvangen heeft en hierdoor Christusdrager werd.

Orifiël of Uriël, de bij vlagen grimmige Saturnus-aartsengel, is vermoedelijk dezelfde als Oriël of Oroiaël, die als één van de vier lichten genoemd wordt. Dit roept de spannende vraag op of hier een algemene wetmatigheid achter zit, waarbij typische representanten van de lichtmysteriën (b.v. Michaël) eigenlijk in de wereld van Jaldabaoth hun oorsprong hebben, terwijl representanten van de duisternismysteriën (b.v. Orifiël) ooit juist uit ‘de Vader’ zijn voortgekomen.

De Nag-Hammadi geschriften zijn integraal vertaald en van toelichting voorzien door Jacob Slavenburg en Wil Glaudemans, en in twee delen uitgegeven door uitgeverij Ankh-Hermes.

bron: Bruisvat, 2001-nr. 5.

 

Noten

 

(1) Een tekst als ‘Donder, volmaakt bewustzijn’ illustreert dit; het is een aaneenschakeling van paradoxen als “Ik ben de hoer en de heilige; ik ben de onvruchtbare, en vele zijn mijn kinderen” etc.

 

(2) Een Aeon kan gezien worden als een twee-eenheid: op een hoger niveau één, zich manifesterend als tweeheid (een mannelijk en een vrouwelijk deel). Volgens de tekst dragen ze veelal ook twee namen.

 

(3) Iedere Aeon draagt de volheid van het Pleroma in zich.

 

(4) Niet helemaal duidelijk is, of hier Sophia of de Moeder-vader bedoeld wordt. Waarschijnlijk de vereniging van beiden.

 

(5) Deze plastische omschrijving komt het best tot zijn recht als men het zeer letterlijk neemt. Eva is het vleselijke beeld van de goddelijke vonk in de mens; Jaldabaoth kan niet anders dan deze in bezit te willen nemen, en zich ermee verenigen. Hij doet dit wederrechtelijk via de materie (het vlees).

 

(6) Deze omschrijving doet denken aan een soort voor-menselijke Mensenzoon, die zich hier dan toont als een nog menselijk-onschuldig dubbelgangerwezen, of, zoals Socrates zijn geweten noemde, zijn “daimonon”.

 

(7) Directe overname uit de tekst ‘oorsprong van de wereld’. Later wordt wél onderscheid gemaakt tussen de fysieke Eva en de geestelijke Sophia-Zoë; wellicht zijn ze hier nog één.

 

(8) In de tekst ‘Begrip van Norea’ wordt genoemd dat zij de vier Lichten, ontstaan uit de vereniging van Christus en Onvergankelijkheid, tot helpers heeft. Dit zijn Begrip (“het begrijpen”), Genade, Waarneming en Verstand.

Laatst aangepast (zondag, 04 oktober 2009 21:22)