Het evangelie volgens Thomas (deel3)
Het evangelie volgens Thomas de getuigenis van
Een universeel religieus bewustzijn.
Voorgesteld door Piet Mestdagh.
Deel 3.
22
jezus zag kleintjes die zoogden
hij zei tot zijn discipelen
deze kleintjes die zogen gelijken aan hen die het koninkrijk binnengaan
zij zeiden hem
zullen wij dan als kleinen het koninkrijk binnengaan
jezus zei hen
wanneer jullie de twee één zullen maken
en het innerlijke als het uiterlijke en het uiterlijke als het innerlijke
en wat boven is als wat beneden is
zodat jullie het mannelijke en het vrouwelijke één maken
opdat het mannelijke zich niet mannelijk maakt
noch het vrouwelijke zich vrouwelijk maakt
wanneer jullie één oog zullen maken in de plaats van ogen(*)
en één hand in de plaats van handen(*)
en één voet in de plaats van voeten(*)
en één beeld in de plaats van beelden(*)
dan zullen jullie het rijk binnengaan
vergelijk: Mt 19, 13-14 - Mc 13, 15 - Lc 18, 15-17
2 Clem. 12, 2-6: “Inderdaad, de Heer zelf, ondervraagd over de komst van zijn rijk, zei: wanneer de twee één zullen zijn en het uiterlijke als het innerlijke en het mannelijke met het vrouwelijke, noch mannelijk noch vrouwelijk… wanneer jullie deze dingen zullen doen, zal het rijk van mijn Vader komen.”
De regels aangeduid met (*) werden, overeenkomstig de basisgedachte : wanneer jullie de twee één zullen maken, gecorrigeerd. De letterlijke vertaling is:
wanneer jullie ogen maken in de plaats van een oog
en een hand in de plaats van een hand
en een voet in de plaats van een voet
en een beeld in de plaats van een beeld
De verwarring bij de discipelen is totaal. Hoe zouden zij opnieuw klein kunnen worden !? De symboliek in het beeld van de zuigelingen is niet aan hen besteed.
Zij beschouwen het beeld als een werkelijkheid en die valt niet te rijmen met hun joodse verwachtingen. De verbondenheid van het kind van zeven dagen met zijn levensbron is een beeld waarvan de zin hen ontgaat.
De noodzakelijke terugkeer naar de eenheid, die was in het begin, is voor hun bewustzijn nog niet te vatten. Zullen zij ooit bevattelijk zijn...?
Het nieuwe begrip van het “koninkrijk”, als een leven dat bewust ervaren wordt vanuit zijn originele eenheid, behoort tot de essentie van de boodschap van Jezus.
In het beeld van de eenheid van het zaad en de goede aarde vindt die realiteit een perfect symbolisme. Meer dan eens echter moet op eenzelfde nagel worden gehamerd wil die komen vast te zitten!
De correctie die we aanbrachten lijkt ons verantwoord. Jezus tracht hier immers het begrip “eenheid” letterlijk met handen en voeten duidelijk te maken: uiterlijk en innerlijk, beneden en boven, mannelijk en vrouwelijk...
Ook in Mt. 6, 22 en Lc 11, 34-36 zegt Jezus : “Indien dus je oog enkelvoudig is, zal je lichaam verlicht zijn”. De vertaling van het Griekse haplous door helder en niet door één of enkelvoudig is zonder meer een foute vertaling !
Zo kunnen we vaststellen dat hier zowel de moderne vertaler als de koptische transcriptor, door twintig eeuwen gescheiden, in eenzelfde fout vervielen omwille van hetzelfde onbegrip...
Naar buiten toe zien we met twee ogen en herkennen we een indrukwekkende variatie aan kleuren. Voor een innerlijke gerichtheid zijn twee ogen overbodig.
Wie kleuren onderscheidt, zonder het licht te kennen, kent enkel kleuren… Wie het licht kent, kent alle kleuren ! Filmbeelden, die op het scherm van ons bewustzijn verschijnen, zijn niet de ware werkelijkheid, enkel een projectie.
In de duisternis van een filmzaal lijken zij nochtans, de tijd dat de vertoning duurt, de werkelijkheid te zijn...
Alles wat tot de manifeste werkelijkheid van deze wereld behoort, het uiterlijke, dit dat beneden is, drukt zich uit doorheen een samenspel van energie en materie en resulteert voor de mens in een ervaring van dualisme.
Alles is er polair, elke eigenschap heeft er z’n tegengestelde of z’n complement : warm en koud, licht en duisternis, vreugde en verdriet, mannelijk en vrouwelijk, yin en yang...
De unieke waarde, die onderliggend is aan die polariteit, is van een absolute orde en heet harmonie. Harmonie is één en beheerst alles, van het subatomaire tot het kosmische. Van die absolute waarde is de wet van karma, die elke verstoring van de harmonie brandmerkt, de behoeder.
Wie, in bewustzijn, terugkeert naar de originele orde, naar de eenheid in de bron, overstijgt het fenomeen van dualisme.
Het beeld van de eenheid van het mannelijke en het vrouwelijke heeft aanleiding gegeven tot allerhande seksuele speculaties, zoals die van het hermafrodiete of het androgyne type.
Van dergelijke interpretaties werd gretig gebruik gemaakt om dit evangelie en de ganse gnostische beleving in een troebele sfeer te plaatsen. Hoeveel eenvoudiger kan een interpretatie nochtans zijn...
Het beeld van de eenheid van het zaad en de goede aarde is toegankelijk voor ieder die vertrouwd is met de landelijke natuur.
Het beeld van de eenheid van het mannelijke en het vrouwelijke kan nu worden verwoord in het meer subtiele beeld van de eenheid van een zaadcel en een eicel aan de oorsprong van ieder menselijk leven.
Noch is het de zaadcel, het mannelijke, noch de eicel, het vrouwelijke, die het leven voortbrengt... Uit hun eenheid ontspringt het leven spontaan !
Het begrip van de beeldspraak, het inzicht in de eenheid als de basis voor een spiritueel ontwaken in dit leven, is slechts een vertrekpunt om, vanuit die kennis, tot een bewuste ervaring te komen.
De eenheidservaring kan zich immers niet beperken tot een mentaal proces, waarin het dualisme enkel rationeel wordt overstegen...
23
jezus heeft gezegd
ik zal jullie uitkiezen één uit duizend
en twee uit tienduizend
en één zijnde zullen zij opstaan
vergelijk: Mt 22, 14
In dit logion wordt de mathematische logica genegeerd. Maar met logica komen we in deze materie ook niet zover. De realiteit, waarvoor Jezus onze aandacht opeist, overstijgt zowel het gebied van het logische denken als dit van het emotionele voelen.
Tot op een zekere hoogte is het rationele denken een kostbaar hulpmiddel, tot de limiet van het begrijpbare is bereikt. Hier voorbij rest ons enkel de persoonlijke ervaring van de weg die gegaan wordt. En daar gelden de regels van het lagere niet langer.
De enige leidraad die ons dan rest is onze eigen kritische oprechtheid. Het nieuwe zou niet nieuw zijn indien er niet iets nieuw te beleven viel !
Het uitkiezen is niet op te vatten als een voorrecht dat iemand toevallig zou te beurt vallen maar als het gevolg van een erkenning. (even teruggaan naar logion 3) In een vorig logion erkende Jezus in Thomas de discipel die in bewustheid één met hem was.
Daarom koos hij hem uit. Zichzelf als uitverkozen beschouwen is een hoogmoedig spelletje “wishful thinking”. Dit overkwam het joodse volk, het overkwam ook Paulus en in zijn spoor de katholieke Kerk.
Nog steeds beschouwt zij immers zichzelf als de door de bruidegom Christus uitverkoren bruid... Evenmin als aan Paulus kan haar een overdadige nederigheid worden aangerekend.
24
zijn discipelen zeiden
leer ons de plaats waar jij bent
want voor ons is het noodzakelijk dat wij die zoeken
hij zei hen
hij die oren heeft dat hij hoort
er is licht binnenin een verlicht mens
en hij verlicht de hele wereld
indien hij niet verlicht is hij een duisternis
vergelijk: Jn 1, 38-39
Wisten de discipelen dan niet waar Jezus verbleef...? Soms missen we in dit evangelie de context waarin een uitspraak gedaan werd. Dit is hier zeker het geval.
Vermoedelijk bevinden we ons in de situatie van hoofdstuk 14 in het Johannesevangelie. Hierin verwijst Jezus naar zijn verbondenheid met de Vader, naar het vaderhuis waar plaats is voor velen.
Het was de bezorgdheid van Thomas de weg naar de Vader te kennen, terwijl Filippus het verzoek had : “toon ons de Vader”... Beiden hadden het verlangen deel te hebben in de ervaring van Jezus.
De komst van het koninkrijk is geen zintuiglijk te ervaren gebeurtenis. Daar waar Jezus zich ophoudt, de plaats van het leven, is evenmin een ruimtelijke locatie maar een innerlijke zijnstoestand.
Dit behoort tot het nieuwe begrip van het koningschap... In bewustzijn is Jezus één met de bron. Wie één is met hem verblijft in de bron. Wie één is met de bron kan het water niet voor zich houden, het licht niet verborgen houden.
Kennis is slechts zinvol indien zij dient, liefde slechts zinvol indien zij gegeven wordt...
Het kenmerk van de ware discipel is dat hij of zij het innerlijke licht, dat ontvangen wordt, ook uitstraalt. Wie niet ontvankelijk is voor dit licht verblijft in de duisternis en kan ook niet verlichten...
25
jezus heeft gezegd
bemin je broeder als je innerlijke zelf
waak over hem als over je oogappel
vergelijk: Mt 22, 37-38 - Mc 12, 29-31 - Lc 10, 27
In dit leven zijn we allen kinderen van dezelfde Vader en dus broeders en zusters van elkaar. Uiteraard verschillen we genetisch, werden we ook verschillend beïnvloed door een opvoeding, een cultuur, door ethische of godsdienstige overtuigingen van anderen.
Die relatieve verschillen overstijgen en onze aandacht toespitsen op die éne realiteit, waarin we allen op eenzelfde wijze verbonden zijn met een absolute levenswet, dit is de uitdaging die we met z’n allen delen.
Onze opdracht is het, zoals alle celletjes in ons lichaam, samen te leven in harmonie. Dit houdt in dat we allen ook verantwoordelijk zijn voor elkaar.
“Hieraan zullen allen erkennen dat jullie mijn discipelen zijn: indien jullie elkaar liefhebben.” (Joh. 13, 35).
Zoals de naïeve apostelen dachten opnieuw klein te moeten worden om toegang te hebben tot het koninkrijk, zo denken velen nog steeds dat het volstaat het gebod van naastenliefde na te volgen om hun ticket voor het eeuwig leven veilig te stellen.
Uiteraard is de bezorgdheid voor anderen een essentiële ingesteldheid in de uitdrukking van de harmonie. Toch is zij niet het middel waarmee een ingebeeld doel - het koninkrijk - kan worden bereikt.
Liefde is de vrucht van de verbondenheid met een bron, waaruit we de mogelijkheid ontvangen om lief te hebben. Aan zichzelf de verdienste van goedheid toekennen is niet zinvol, want alles wat we in liefde kunnen geven ontvangen we.
Onze voornaamste opdracht zal er daarom in bestaan de verbondenheid met die bron in onszelf te verankeren. In het bewustzijn van een integratie in de wet van harmonie, van het deel hebben in het koningschap van de Vader, ligt de dienende verantwoordelijkheid van ieder mensenkind.
In het christendom werd vooral het gebod van naastenliefde als de essentie van de goede boodschap weerhouden. In dit evangelie blijkt echter zo vaak hoeveel dieper de woorden van Jezus ons bewustzijn doorploegen.
Harmonie is de absolute waarde die aan de oorsprong ligt van elke levensuiting. Harmonie in voelen is liefde, harmonie in denken is intelligentie.
Hoewel beide, liefde en intelligentie, symbolische met een verschillende bron worden geassocieerd - het hart en het hoofd - toch ontspringen zij in hetzelfde bewustzijn.
Juist handelen doet evenzeer beroep op goedheid als op intelligentie. Kennis gebruiken zonder een ingesteldheid van goedheid is even zinloos als goed willen zijn zonder een juiste kennis te bezitten. Elk individueel bewustzijn kan de juiste inspiratie ontvangen om beide harmonisch te beleven.
Ieder ikje ontspringt op eenzelfde wijze uit een absolute levensbron en is dus even waardevol. De waarde die iedere persoon aan zijn ik toekent is afhankelijk van de eigen psyche.
Die ik-waarde kunnen relativeren binnen een universele broederschap maakt het mogelijk in iedere mens, man of vrouw, blank of donker, jood, palestijn of christen, een volwaardig mensenkind te erkennen. Discriminatie hoort niet bij harmonie !
26
jezus heeft gezegd
het strootje in het oog van je broeder zie je
maar de balk in je eigen oog zie je niet
wanneer je de balk uit je oog zult verwijderd hebben
dan zal je zien
om het strootje uit het oog van je broeder te verwijderen
vergelijk: Mt 7, 3-5 en Lc 6, 41-42
Omdat leven in harmonie de finaliteit van dit leven is, verlangt iedere mens ernaar gelukkig te zijn. Maar de wetten van het lagere, de spelregels die door de mens zelf werden bedacht, eisen ons op om onze eigen ambities waar te maken, onze eigenwaarde steeds weer te bewijzen en de confrontatie met anderen aan te gaan.
Sinds de mens van één twee maakte en zolang hij zijn oorspronkelijke verbondenheid niet opnieuw erkent, zal het lagere gescheiden blijven van het licht van het hogere.
In het lagere geldt de wet van de leeuw en is het dus belangrijk de zwakheden van een andere te kennen om er munt te kunnen uit slaan !
Onze kritische aandacht gaat daarom zoveel vlotter naar de gebreken van anderen dan naar de eigen tekorten. Ook hier zijn we toe aan een ommekeer in onze ingesteldheid.
Het vertrekpunt van die ommekeer is een oprechte zelfbeschouwing. Met welke waarden heb ik mezelf bekleed ? Waarin berusten de kennis, de macht en de rechten die ik aan mezelf toeken ? Van welke verwarring ben ik het slachtoffer geworden ?
Oprechtheid is het meest doeltreffende wapen tegen de hoogmoed die ons voortdurend belaagt, het middel waardoor wij ons bewust kunnen worden van de balk in het eigen oog, die ons belet te zien.
Binnen de wet van harmonie is geen ruimte voor beoordeling of discriminatie, want allen zijn we op een evenwaardige wijze kind van dezelfde Vader. Ook al gaat iemand zwaar in de fout, nooit kan de achtergrond van zijn of haar daden door een ander juist worden ingeschat.
De vaststelling van een fout bij een medemens kan nooit een aanleiding zijn om over de mens zelf een oordeel uit te spreken.
“Z’n vijand liefhebben” is een uitspraak die niet aan Jezus kan worden toegekend... Want voorafgaand aan de erkenning van iemand als z’n vijand ligt een beoordeling.
Hierin onderscheidt zich het boeddhistische begrip mededogen : bij onbegrip voor een andere hoort het begrip te hebben voor het eigen onbegrip...
Een blinde kan je niet verwijten tegen je aan te lopen... tenzij je zelf blind bent...
27
indien jullie niet vasten ten aanzien van de wereld
zullen jullie het koninkrijk niet ontdekken
indien jullie niet van de sabbat de sabbat maken
zullen jullie de vader niet zien
Opnieuw heeft Jezus het over traditionele praktijken uit de joodse godsdienst. Zijn afwijzende houding ten aanzien van die rituelen is ons reeds bekend. Wat is er dan wel fout mee ? Zowel het vasten als de sabbat verwijzen naar een onthouding, maar beide rituelen werden van hun oorspronkelijke betekenis gescheiden.
Het vasten is meer dan een zich tijdelijk onthouden van een traditionele voeding, de sabbat meer dan een wekelijks ritueel, waarbij de aandacht van de geest wordt onttrokken aan dagelijkse bekommernissen, om zich te richten naar “God”.
In logion 21 gaf Jezus aan zijn discipelen de waarschuwing mee waakzaam te zijn ten aanzien van de wereld. Hier gaat hij een stapje verder en heeft hij het over vasten ten aanzien van de wereld. Dit vasten is geen tijdgebonden ritueel maar een blijvende ingesteldheid !
Willen we de confrontatie met de leeuw uit logion 7 uit de weg gaan, dan is het noodzakelijk geen aandacht te besteden aan die waarden, die de wetten van de leeuw voorstaan. Vasten ten aanzien van de wereld betekent niet de wereld de rug toe keren maar zich onthouden van elke betrokkenheid bij de doelstellingen die in het lagere worden voorgehouden.
Aandacht hebben voor een juiste voeding is zeker een zinvolle ingesteldheid. Zich gedurende een beperkte periode bepaalde leef- en voedingsregels opleggen, omwille van een “goddelijke” wet, is echter niet zinvol. Wie zich juist voedt behoeft geen vasten ! Ook hier geldt de wet van harmonie.
Eenzelfde gedachtegang kan gevolgd worden voor de sabbat. Bij de ware sabbat horen geen regels die door mensen werden verzonnen. De aandacht voor het hogere kan zich niet beperken tot het wekelijks volgen van een verheffend ritueel.
Zo’n ritueel kan weliswaar zinvol zijn, als een hulp om een juiste ingesteldheid levendig te houden, maar niet als een dwingend middel om zich een toegang tot het koninkrijk te verzekeren.
Een gerichtheid één dag op zeven naar God, al was het maar de duur van een ritueel, kan nooit als compensatie gelden voor een aardse betrokkenheid gedurende de zes resterende dagen !
Het bewustzijn van een verbondenheid met een bron van hogere levenswaarden hoort een blijvende ingesteldheid te zijn. Dit gaat automatisch gepaard met het loslaten van schijnwaarden uit het lagere. Inhoudelijk zijn het vasten en de sabbat dus niet van elkaar te scheiden.
Het zien van de vader moet uiteraard figuurlijk worden begrepen als het zich bewust worden van een verbondenheid met die realiteit, waarvoor Jezus het beeld van een vader gebruikt. De zintuiglijke ervaringen zien en horen symboliseren in dit evangelie vrijwel steeds het verwerven van inzicht.
28
jezus heeft gezegd
midden de wereld ben ik opgestaan
en in vlees ben ik hen verschenen
allen heb ik dronken gevonden
onder hen vond ik niemand die dorstig was
en in mijn innerlijke zelf (psychè) had ik pijn omwille van de mensenkinderen
want blind zijn zij in hun hart
en zij zien niet dat zij leeg in de wereld zijn gekomen
en dat zij ook zoeken leeg de wereld te verlaten
ware het niet dat zij nu bedronken zijn
wanneer zij hun wijn zullen hebben uitgebraakt
pas dan zullen zij hun ingesteldheid veranderen
De vaststelling die Jezus hier maakt is vernietigend voor zijn medemensen... Wat is de zin van een bron indien er niemand is die dorstig is ? De mens is zich niet meer bewust noch van zijn oorsprong, noch van zijn finaliteit. In zijn zelfbewustzijn heeft hij zich bedronken...
Het fysieke lichaam, dat mij werd toevertrouwd en zovele mogelijkheden inhoudt, is een waardevolle maar dienende entiteit. Toch beschouw ik mezelf als de fiere bezitter ervan.
Zoals de spelende bengels bezit namen van hun veld, zo ben ik de hautaine eigenaar van mijn lichaam geworden en leef ik nu in de illusie de enige meester te zijn van wat ik kan, bezit en vermeen te weten.
Ik ben dronken geworden ! Van de werkelijke bron van mijn mogelijkheden heb ik mij afgescheiden. Van die illusie zal ook het kind van zeven dagen, dat zich wel nog leeg in de oorspronkelijke harmonie met zijn levensbron bevindt, snel het slachtoffer worden. Want dit behoort zijn nu eenmaal tot de regels van het lagere, waar de leeuw het voor het zeggen heeft.
Zoals de goede aarde voor het zaad én zijn oorsprong is én zijn finaliteit, zo zijn beide ook voor de mens één. In het herstel van de eenheid met zijn bron ligt voor hem zijn finaliteit : zelf bron zijn.
De mens heeft te dienen als een beker. Een beker kan slechts dienen indien hij leeg is. Pas dan kan hij zich laten vullen door het water uit de bron en, zoals de bron zelf, dienend zijn. Wie tot een juiste zelfkennis is gekomen, kan de toestand van dronkenschap in zichzelf erkennen, de wijn uitbraken en opnieuw leeg worden.
Enkel doorheen een innerlijke zuivering kan een weg van verlossing worden gegaan. Die weg kan niemand voor een ander gaan, noch Krishna, noch Boeddha en ook Jezus niet...
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Laatst aangepast (zondag, 04 oktober 2009 21:24)





